Zoals ik bij het ontstaan van de naam al aan gaf, werden de bewoners van een erf genoemd naar dat erf. Dus waren de naamsveranderingen door het aannemen van de naam van het erf heel normaal. Trouwde men op een erf, er woonden toen vaak meer dan een familie op een boerenerf, dan had men dus gelijk een familienaam. Dit bleef zo tot de invoering van de burgelijke stand in 1811. Daarna werd de dagelijkse omgang nog steeds aangesproken met de zogenaamde erfnaam. Zo kwam ik in de geschiedenis van de bouw van de kerk in Albergen, regelmatig de naam ‘Jenen Jan’tegen. Daardoor ontstond de volgens mijn typische Twentse vraag, ‘hoe loat hij zich schriev ’n’. Het antwoord was; ‘Jenen Jan’, laat zich als Jan Rikmanspoel schrijven. JennenhuisZo heeft de familie Rikmanspoel van wie voorouders op het “Het Jennenhuis” in Albergen hebben gewoond, de familienaam gekregen van het erf waar Wilhelmus Janszen geboren werd. Hij was een zoon van Hermanni Janszen en Aleydis Rickmanspoel en heette dus eigenlijk Janszen. Bij de doop van de eerste twee kinderen werd de naam Janszen nog wel gebruikt door Willem maar daarna noemde hij zich steeds Rickmanspoel. En met dat steeds bedoel ik bij de doop van de acht kinderen uit zijn eerste huwelijk met Henrica Avenhuis. En de zeven kinderen uit zijn tweede huwelijk met Gertrudis Dolder. De huidige afstammelingen van Wilhelmus, die de naam Rikmanspoel hebben behouden, zijn als enige de nakomelingen van Hendrikus Rikmanspoel (hij trouwde in Ootmarsum met de smidsdochter Geertruida Kock).Een andere nakomeling van dezelfde Wilhelmus zorgde ervoor dat de naam Borgerink op het erf Borgerink in Albergen bleef voortbestaan. Zijn kleinzoon Suitbertus, trouwde op het erf Borgerink met de erfdochter Henrica Borgerink. Hoewel deze kleinzoon (die trouwde op 19 februari 1800 en reeds voor 1810 overleden was), zorgde hij voor een stamhouder, Bernardus. Hij krijgt de naam Rikmanspoel nu Borgerink. Als Suitbertusis gestorven trouwt Henrica opnieuw, nu met Albertus Bouhuis. Bernardus de zogenaamde stamhouder wordt de volgende eigenaar van het erf Borgerink. Dat Henrica zo snel opnieuw trouwde was min of meer een noodzaak. Want het zware boerenwerk dat kon een vrouw, zeker in die tijd niet alleen af. In een dergelijk situatie werd dan gezegd ‘een boerderij moet weer bemand worden’. Maar van de naam Rikmanspoel nu Borgerink, werd gaandeweg de naam Rikmanspoel weggelaten. De Borgerinks in Albergen stammen daar van af , zij hebben dus een stamvader die Rikmanspoel heette. Een andere Rikmanspoel die zijn eigen familienaam op gaf door elders bij in te trouwen was Wilhelmus, een zoon van Wilhelmus (Janszen) Rikmanspoel uit zijn tweede huwelijk met Gertrudis Dolder. Hij trouwde met Aleida ten Thij op 13 September 1787 en wordt dan door de pastoor omschreven als: Wilhelmus Rikmanspoel nu ten Thij. De uit dit huwelijk geboren Gerardus Johannes Rikmanspoel nu ten Thij trouwde met Euphemia Gesina Hottenhuis of Peuver. Voor zover ik heb kunnen nagaan is deze familielijn uitgestorven. Dulder RikkenspoolZo ging op het eind van de 18e eeuw Willem Rickmanspoel van het erf “Dulder Rikkenspool” naar Amsterdam. Hij was timmerman en zag zich waarschijnlijk geen kans om in de regio Twente de kost te verdienen. Dat moet voor die tijd een hele reis zijn geweest. Als op 24 November 1800 het vierde kind van Willem gedoopt wordt is Joannes Rijkmanspoel doopgetuige. Dit is zeer waarschijnlijk zijn broer Joannes of Jan geweest die later ook naar Amsterdam is gegaan. Willem, geboren 22 februari 1762 te Dulder (gemeente Weerselo) is daar ca.1794 getrouwd met Elisabeth Catharina ten Gronde. Het eerste kind van Willem en zijn vrouw Elisabeth ten Gronde, de zoon Jannes Willibrordus, werd op 27 januari 1795 geboren. Bij de doop daarvan waren zijn ouders uit Dulder overgekomen naar Amsterdam, om als doopgetuige op te treden. De vijf uit dit huwelijk geboren kinderen kregen van de pastoor van de R.K. Kerk de Toren allen de naam Rijkmanspoel. Deze familienaam is in 1862 met het overlijden van een kleinzoon van Willem in Lonneker weer uitgestorven. Anders ging het met de kinderen van zijn broer Jan, geboren 21 april 1768 in Dulder (gemeente Weerselo). Hij trouwde ca.1809 met Johanna van ’t Land uit Almelo. Ook uit dit huwelijk werden ook vijf kinderen geboren, zij kregen van de pastoor van de R.K. kerk de Star in Amsterdam de naam Rikmenspoel. Deze familienaam kom je nu nog tegen in Limburg en ook in andere delen van het land. Behalve in Twente waar hun oorsprong ligt. Oude RikmanspoelOok op andere en voor die tijd misschien wel wat logischer wijze, ontstond de naam Oude Rikmanspoel. Het voorvoegsel “Oude” werd nogal eens gebruikt om het verschil aan te geven tussen twee bij elkaar in de buurt wonende Rikmanspoels. Een voorbeeld is het ontstaan van de huidige generatie Oude Rikmanspoel. Hun stamvader Gerardus Oude Rikmanspoel was afkomstig van het erf “Overesch”in Albergen (hij was een zoon van Jan Rikmanspoel), ook wel Jan Overesch genoemd. In werkelijkheid heette hij dus gewoon Rikmanspoel net zoals zijn vader. Hij had echter een broer die op het ouderlijk erf bleef en ook was er nog de familie Rikmanspoel op het erf ‘Jennehuis’. Om ze uit elkaar te kunnen houden werd Gerardus toen maar Oude Rikmanspoel genoemd. Hij trouwde met Johanna Blokhuis en de naam “Blokman”, bewoond door de familie Oude Rikmanspoel, was een feit. Dit echtpaar kreeg zes kinderen van wie de jongste Johannes op het ouderlijke erf trouwde. En net als zijn vader was ook Jan timmerman en landbouwer. Jan Oude Rikmanspoel trouwde met Maria Dijk. Ze kregen twee kinderen maar toen de jongste nog geen half jaar was, stierf Maria. Het eerste kind werd later kloosterbroeder, het tweede kind werd timmerman en is de stamvader van de huidige Oude Rikmanspoels.Toen Jan ruim anderhalf jaar later opnieuw trouwde, liet hij zich echter Rikmanspoel noemen. De negen kinderen uit zijn tweede huwelijk kregen dan ook de naam Rikmanspoel. Ook werden degene die in het zogenaamde “lieftuchthoes” gingen wonen, vaak voorzien van het toevoegsel “Oude”. Het “Lieftuchthoes” of lijftuchthuis was het onderkomen van de uittredende ouders en de kinderen die nog thuis woonden. Vaak gebeurde dit als een zoon (meestal de oudste) op het erf trouwde. Duits grensgebiedTwente was in late middeleeuwen sterk op het Duitse grensgebied georiënteerd. Dit werd nog versterkt tijdens de reformatie en duurde tot ca. 1720. Dat was de periode dat de uitoefening van het Rooms Katholieke geloof verboden was. In de schuilkerken werden in die tijd ondanks de zware straffen, nogal wat kinderen gedoopt door priesters van Duitse afkomst. Die kregen dan in het doopboek de familienaam, Rittmanspool of Rickmanspohl van de priester mee. In Dusseldorf wonen nu nog enkele personen met de naam Rickmanspoel. Ook dit is weer zo’n typisch Duitse aanpassing waarbij een ‘c voor de k’ is geplaatst. Landgoed WeemseloAllen hebben echter hun roots liggen daar waar de marken Albergen, Fleringen en Dulder bij elkaar komen. En zeer waarschijnlijk was dat het erf wat door Bernard en Berthold Rycmerspole in 1364 verkocht werd aan Johann van Bevervoorde (Beferforde) die leenheer op de nabijgelegen landgoed Weemselo.